| |
|
|
| |
|
|
|
|
|
De haaienkop is groot en kegelvormig. De kop bevat kleine ogen aan de zijkant en neusgaten vooraan bovenop de snuit. Langs de kaakrand bevinden zich een aantal rijen sterke tanden (met een zaagfunctie) met aan de binnenkant van de haaienkaak nog vele meer reservetanden.
|
Bij het jagen verliezen haaien regelmatig tanden en deze worden vervangen door de reservetanden. Hiermee zijn de beschikbare tanden tijdens een aanval vlijmscherp.
Aan beide kanten van de kop bevinden zich 5 kieuwspleten (of minder), soms 6 of 7. Hiermee kan de haai zuurstof uit het water filteren. Veel haaien moeten blijven zwemmen om continu van voldoende zuurstof te krijgen, maar er zijn ook bepaalde haaiesoorten die door de bek regelmatig open en dicht te doen het water langs de kieuwen vervoeren.
Hierdoor is ademhalen toch mogelijk terwijl ze niet bewegen.
|
|
|
De haaienhuid bestaat uit een soort huidtanden, allemaal gekanteld in een lighouding. Hierdoor voelt de huid aan als schuurpapier. Vroeger werd haaiehuid ook als schuurpapier gebruikt. Deze huid beschermt de haai als een pantser, wat bij gevechten van te pas komt.
|
Het lichaam van een haai bestaat uit de inwendige organen, en een aantal (gepaarde) vinnen. De borstvinnen, die zich direct achter de kieuwspleten bevinden, zijn gepaard.
De enkele rugvin is op het midden van de rug. De buikvinnen, tweede rugvin en aarsvin bevinden zich aan de achterzijde van het haaielichaam. De buikvinnen zijn aangepast als geslachtsorgaan bij het mannetje.
|
|
|
De staartvin, welke bij haaien vaak zeer groot is, bevindt zich achterkant. De verschillende haa soorten zijn te herkennen alleen al aan de staartvin. Er zijn verschillende vormen vinnen die aangepast is aan de levenswijze van een haai.
|
|
|
Haaien hebben geen drijfvermogen omdat ze geen zwemblaas hebben. Het drijfvermogen van een haai komt door een grote hoeveelheid olieachtige stof in de lever, ook wel bekend als squaleen. Squaleen is lichter dan water wat het drijfvermogen geeft aan de haai.
|
|
Het darmkanaal van een haai is kort en dik. Het inwendig oppervlak is voorzien van een wenteltrapvormige spiraalploot, waardoor het ltransport van voedsel wordt vertraagd en hiermee het absorberend darmoppervlak groter is.
|
|
|
|